Voor heel even Chef Lege Dozen

Soms vraagt iemand aan je: “Wat doet hij eigenlijk?”. En als je dan niet zo’n hoge pet van die “hij” op hebt zeg je: “Hij? O, hij is Chef Lege Dozen ofzo.”

Dat is natuurlijk een onaardige uitdrukking, maar toch … Vandaag voelde ik me ook heel even Chef Lege Dozen. Niet omdat ik geen hoge pet van mezelf heb, maar gewoon omdat het ook echt zo was.

Het is dinsdagochtend, even voor acht uur. Ik kom binnen en zet als eerste, met de tas nog om m’n schouder en het kartonnen bekertje met heet water nog in m’n handen, een raam open om dat bedompte hok een beetje op te frissen. Natuurlijk gaan de collega’s daar straks meteen over zeuren, maar dat neem ik op de koop toe. Dan zet ik mijn spullen neer en doe de computer aan.

De eerste collega komt binnen, die zit gelukkig een heel eind bij het openstaande raam vandaan en kan een beetje frisse lucht op zijn tijd ook wel waarderen. Of ik nog thee wil. “Ja lekker!”, reageer ik enthousiast.

Hij komt de thee brengen en we kletsen even. Onder andere over de bende die het bij ons op kantoor eigenlijk altijd is.

“Wat een teringzooi is het hier toch!”, begint hij. Ik kan niet anders dan het beamen. “Nou hè?!”, val ik bij. Ik erger me er namelijk ook iedere dag aan. “Maar ja, ik voel me niet meer geroepen om continu de troep van een ander op te ruimen”, zeg ik vol overgave. En het is ook zo. Ik ben er wel klaar mee om de troep van een ander op te ruimen, terwijl ze daar zelf schijnbaar te beroerd voor zijn.

Begrijp me niet verkeerd hoor, ik houd echt wel van m’n collega’s, maar soms… ?!?!

Omdat het wel lekker is om zo vroeg op de ochtend, als er toch verder nog niemand is, even je gal te spuwen, trek ik er ook een uit de kast. “Weet je wat ik ook zo irritant vind?”, vraag ik hem. “Die flexplekken die als vuilstortplaats benut worden. Moet je dit bureau zien. Het wordt al maanden niet gebruikt en de troep jongt maar aan!” En wie kijkt er uit op dat bureau? Precies, ik natuurlijk.

Om je een idee te geven wat ik bedoel met een vuilstortplaats ….. Het dienblad met daarop een bonte verzameling van theezakjes, suikerzakjes, plastic lepeltjes, pennen, en andere meuk. Mocht de schoonmaker nog niet geweest zijn, denk er dan ook gerust nog een paar kartonnen bekertjes met koude koffie die we te veel hadden meegenomen bij. Verder een paar schots en scheve “stapels” papier die niemand meer nodig heeft, maar ook niemand weggooit. Ordners met niets erin die natuurlijk niet keurig rechtop staan maar kris kras over dat bureau zwerven. Een zonnebril die niet van degene kan zijn die daar drie maanden geleden nog zat. Hoe ik dat weet? Ok het is een homo, maar dit is wel echt een wijvenbril. Daar zou zelfs hij niet mee gaan lopen. O ja, en om de bende compleet te maken tig gelezen kranten van dagen geleden die totaal uit hun verband gerukt zijn en vervolgens daar neer gemikt worden.

Gelukkig hebben we nog meer in de “ik-erger-me-aan-het-gedrag-van-mijn-collega’s-top-tien”. Je moet weten dat de collega waar ik op dat moment mee sta te praten nogal een opgewonden standje is, dus bijna briesend doet hij ook nog een duit in het ergernissenzakje. Maar ook nu moet ik hem gelijk geven.

“Al die banden!”, gebaart ie nogal theatraal over de afdeling. “Een doos hier, een stapel daar, losse banden in de vensterbank, op bureaus. En vergeet vooral de lades niet!”. En om z’n verhaal kracht bij te zetten stampt ie van het ene bureau naar de andere vensterbank. Ik begin enorm te lachen. “Nou ja, het is toch zo?!” lacht hij nu ook. En ja, het is ook zo.

“Ok, nog eentje om het af te leren”, zeg ik en sta op. Ja ook ik kan heus wel een beetje theatraal doen. “Weet je wat ik misschien nog wel het ergst vind?”, vraag ik hem terwijl ik naar de hierboven beschreven flexplek loop. “Nou?” vraagt hij bijna verwachtingsvol. Ik recht mijn rug en imiteer een aantal collega’s die dit zonder blikken of blozen doen.

“Als iemand het initiatief neemt om koffie voor de collega’s te halen, hier het dienblad komt halen, de kartonnen bekertjes met koude ingezakte capuccino of andere koffie die per ongeluk te veel waren gehaald van het dienblad pakt, op het bureau neerzet, en vervolgens doodleuk aan mij vraagt of ik nog thee wil…. Dat kan toch niet!?!” Ik grom er nog net niet bij. En hij lacht. “Neem het verdomme mee naar het keukentje en gooi het daar in de gootsteen in plaats van het op een bureau neer te zetten.” Woest kan ik daar om worden!

Wat een heerlijk begin van de dag ….

Ok, de allerlaatste dan. Iemand neemt wel eens iets lekkers mee. Dat zit dan over het algemeen in een zakje/pakje of doosje. Stel: je pakt het laatste lekkers uit de verpakking. Wat doe je dan?

A:
je pakt het laatste lekkers, stopt het in je mond, draait je om en geniet

B:
je pakt het laatste lekkers, ziet dat het pakje/zakje/doosje leeg is, gooit de verpakking in de dichtstbijzijnde prullenbak, stopt het lekkers in je mond en geniet.

Natuurlijk denkt 99 procent van de lezers nu: B, logisch!

Maar we vragen ons toch af hoe het kan dat er bij ons altijd lege zakjes/pakjes/doosjes blijven staan. Zit die hele ene procent lomperiken dan echt bij ons op kantoor? We lachen er hartelijk om. Maar mijn collega en ik vragen ons wel af hoe het er bij die mensen thuis uitziet. Dat moet echt een bende zijn.

De volgende collega komt binnen en dus gaat het raam dicht en gaan we aan het werk.

En nu, twee weken later, heb ik er toch weer eentje bij voor het “ik-houd-van-mijn-collega’s-maar-ik-erger-me-soms-ook-aan-ze-lijstje”. Mijn partner-in-crime is er niet. Die volgt, een paar duizend kilometer verderop, het hoedje, zoals wij dat noemen. Dus ik kan het niet met hem delen. Vandaar dat jij de klos bent.

Ik heb tot laat gewerkt en zie bij het weglopen een stapel kranten, voor onze begrippen nog redelijk netjes, op de salontafel en besluit ze in de papierbak te gooien. Die bak staat in een kast en in diezelfde kast ligt ook de voorraad kopieerpapier. En wat denk je dat ik daar aantref? “Juist, 4 lege dozen waar ooit pakken papier in zaten”. Nou vraag ik je! Dus wat doet deze “Chef”? Die gooit natuurlijk keurig de lege dozen in de papierbak.

Kleine moeite, groot plezier… Toch?

Comments are closed.