Zou hij een heel klein piemeltje hebben?

Mannen en hun auto’s. Het is en blijft een dingetje. Dat geeft niet hoor. Zo is het nou eenmaal. Ze, die auto’s dus, moeten mooi, duur, snel, glimmend zijn. En vrouwen mogen er natuurlijk niet in rijden. Want dat kunnen ze niet. Denken deze mannen.

Op een willekeurige woensdagochtend ga ik op ziekenbezoek bij mijn tante in de buurt van Rotterdam. Ik sta bijtijds op, geef de kat eten, rommel een beetje in huis, check mail en Facebook, stap onder de douche, ontbijt, doe wat spulletjes in een tas en stap, met een prachtige witte hortensia onder mijn arm, in mijn auto.

Het is na de spits en het verkeer zit mee. Radio aan, beetje meezingen met van alles en nog wat, en daar waar het kan vooral lekker dat gaspedaal intrappen. Een heel stuk mag je 130 km per uur. Heerlijk. Ik houd nogal van doorrijden. Stiekem doe ik er nog wat kilometers per uur bij. Bijna 150 soms. Ja … en dat voor een Panda …

Met tante gaat het naar omstandigheden goed. Ze scharrelt, daar waar nodig geassisteerd door oom en overgevlogen nicht, al weer aardig door het huis, is blij met de hortensia en mijn bezoekje. En ik ben blij om haar even te zien.

Hoe dan ook, op een gegeven moet ik weer terug in verband met een afspraak bij de bank. Dat wordt kiele kiele want ik vertrek eigenlijk net op tijd en sta, gek genoeg, min of meer zodra ik het dorp uit ben vast bij een of andere brug. Maar ik weet dat ik straks flink gas kan geven dus ik ga het vast nog wel redden.

Op een vierbaansweg, twee banen in elke richting, is het best even druk. Veel vrachtwagens op de rechterbaan en veel andere auto’s op de linkerbaan die daar het liefst zo snel mogelijk voorbijrazen. Ik verheug me nu al op de aansluiting met de volgende snelweg, dan zijn het weer vier banen per rijrichting.

De bestuurder in de auto voor mij doet dat waarschijnlijk ook, maar reageert in zijn veel snellere en duurdere, en tamelijk afzichtelijk uitgebouwde Alfa Romeo, net iets trager dan die pittige roze Panda en dus rijd ik hem voorbij zodra de weg van 2 naar 4 banen gaat. Mij van geen kwaad bewust.

Dat komt me op een partijtje racen en vooral intimidatie te staan. Nou houd ik wel van doorrijden, maar wel graag zonder er een wedstrijdje van te maken. Mijn God zeg … ik dacht dat ik nogal een opvliegend karakter had als het om autorijden en het gebrek aan talent van mijn mede weggebruikers gaat. Maar hier kan zelfs ik met de beste wil van de wereld met mijn pet niet bij.

Hij haalt me in, gaat naast me rijden, zit te schreeuwen in zijn auto, middelvinger omhoog, etc.
Ik groet hem vriendelijk terug met mijn middelvinger en lach een beetje meewarig naar hem. Olie op het vuur!

Hij gooit zijn auto naar rechts, gaat voor me rijden en trapt, woest gebarend, op zijn rem. Met 130 km per uur, dus ik moet er wel voorbij om niet bij hem in de achterbak te belanden. Ai, nog meer olie op het vuur.

Als ik hem heb ingehaald, geeft ie een paar keer groot licht en dan begint het feest weer van voren af aan. Hij haalt mij in, blijft in gebarentaal “communiceren” en je hoeft geen genie te zijn om te bedenken wat hij, omgedraaid in zijn stoel, met een snelheid van 130-140 km per uur allemaal tegen me “zegt”.

Hij houdt in en ik rijd een paar kilometer gewoon zoals ik altijd rijd. Lekker pittig en net iets te hard, voornamelijk op de 2 linkerbanen, maar wel altijd keurig naar rechts zodra de mogelijkheid zich voordoet, zodat ik andere hardrijders niet in de weg rijd.

Opeens is hij er weer. In mijn achteruitkijkspiegel. Ik negeer hem. Makkelijk zat want ik heb mijn zonnebril op en doe gewoon net of ik hem niet zie, maar natuurlijk houd ik hem wel in de gaten. Ik rijd op de linkerbaan en ben met 140-145 km per uur een aantal auto’s aan het inhalen. Het gaat meneer niet snel genoeg denk ik, of hij is weer beledigd dat ik voor hem rijd en niet achter hem.

Hoe dan ook, hij vindt het nodig om mij, terwijl ik dus niet heel truttig rijd op die linkerbaan, al bumperklevend van de vierde naar de derde baan te bonjouren.

Doorrijden is prima hoor, maar aan bumperklevers heb ik een pesthekel. Normaal gesproken schrik ik die even op met een klein tikje op de rem. En als wij deze voorgeschiedenis niet hadden gehad had ik dat zeker ook gedaan. Maar nu schoof ik “tergend langzaam” op van de vierde naar de derde baan. Dat vond hij, getuige zijn “non-verbale communicatie” (ik hoor in ieder geval niet de verwensingen die hij duidelijk zichtbaar allemaal naar mijn hoofd werpt), al irritant genoeg.

Inwendig lig ik in een deuk, bedenk me hoe sneu hij is en zet de muziek nog een tikkie harder.

Zal hij thuis niets te vertellen hebben? En wil hij dat compenseren met zijn auto en zijn quasi macho rijgedrag? Of heeft ie misschien een heel klein piemeltje? Niet letterlijk hoor, maar er zijn gewoon mannen die het echt niet kunnen uitstaan als ze in hun dure auto worden ingehaald door een vrouw in een Panda.

Met het gaspedaal stevig ingedrukt scheur ik 1 minuut voor mijn afspraak het parkeerterrein van de bank op.

 

Comments are closed.